HSP-blog: Onderhandelen (met jezelf?)

‘Kennen jullie het verhaal van de kok en de sinaasappel?’ Mijn leraar staat voor de klas en checkt of we dit parabel al kennen. Het vormt de inleiding over zijn les over onderhandelen, die vanmiddag gepland staat als onderdeel van mijn managementopleiding.

‘Nee’, luidt het antwoord van mij en de meeste anderen in mijn groep. En zo start hij zijn verhaal. Ik zak een beetje achterover. Ik vind het heerlijk om te luisteren naar iemand die goed verhalen kan vertellen (en dat kon hij).

Er waren eens 2 koks. Ze kookte in een sterrenrestaurant en de druk was hoog. Het hele restaurant liep vol en er was iets mis gegaan met de bestelling. Op het moment waarop het er op aan kwam, kwamen ze erachter dat er nog maar 1 sinaasappel in huis was. Beide koks hadden het nodig voor het maken van hun mooiste gerecht.

HSP-blog - onderhandelen
Onderhandelen met 2 winnaars

De ene kok zei dat hij hem echt nodig had, dat zijn hoofdgerecht belangrijker was dan zijn toetje. De ander was het daar natuurlijk niet mee eens. Hij voelde zich niet gehoord en gaf niet toe: de sinaasappel was voor hem, hij had hem als eerste gepakt. Een fikse ruzie volgde.

Na wat sussen van de omgeving, kwam men tot een compromis, allebei de helft van de sinaasappel. Dat leek de eerlijkste oplossing te zijn. Allebei gewonnen, allebei verloren.

De gerechten mislukte allebei. Maar ze hadden toch gewonnen. Of misschien toch niet, blijkt uit het plot. Als ze met elkaar in gesprek zouden zijn gegaan, hadden ze geweten, dat de één de schil nodig had en de ander het vruchtvlees.

Een mooi verhaal waar ik nog vaak aan terugdenk. Onderhandelen hoeft geen verliezers te kennen. Als iedereen maar gehoord wordt.

Nu ben ik geen toponderhandelaar geworden na die les. Maar weet wel dat er een belang in schuilt om na de ander zijn verhaal en motieven te luisteren. Dan sta je sterker in je onderhandelingen.

Wat wil die ander? Wat wil jij? Waar kun je hem tegemoet komen en waar kan die ander jou ruimte geven? Niet meteen je grenzen laten zien. Het is een spel. De ene is er beter in dan de ander. Maar met wat oefening lukt het ons allemaal.

Voordat je nu afhaakt omdat je denkt dat je nooit onderhandeld en het misschien niet zo interessant is, wil ik je vertellen dat ook jij heel vaak onderhandelt. En dat de meeste onderhandelingen met jezelf zijn.

Dagelijks heb je te dealen met je eigen twijfel. En start je je onderhandelingen. Wat trek ik aan? Wat eet ik? Waar ga ik naartoe?

Herkenbaar?

Twijfel heeft te maken met meerdere belangen. Er is wat voor het één of voor het andere te zeggen. Twijfel laat ons vertragen en soms worden we er zelfs onzeker van.

Mocht de twijfel je de volgende keer overvallen, laat dan de meerdere mogelijkheden aan het woord. Niet de stem dat je snel moet beslissen. Maar laat de voors en tegen gewoon eens lekker binnenkomen (schrijf ze eens op, dat helpt vaak ook goed). Als ze zich gehoord voelen dan wordt het rustiger, dan popt jouw beste beslissing echt op. En weet je wat de reden daarvan is.

Wat die reden: dat geeft rust. Die reden zit namelijk dicht bij jouw normen, waarden, ambities of ‘way of live’. En dat is en blijft jouw houvast.

Elke week een blog ontvangen: Schrijf je nu in door te klikken op onderstaande knop:

HSP-blog: bijsturen

Het zat me niet lekker. Al een tijdje. Het was wel eens een tijdje weg. En dan kwam het ineens op een onbewaakt moment weer terug.

Mijn zoon kon niet goed fietsen. Jawel, hij kon zich voortbewegen op zijn tweewieler. Maar aan 1 kant van de stad. Dat alles omdat hij een enorme vrees had voor ‘de brug’. En laat die nu net aan de ene kant van ons huis liggen en precies tussen huis en school.

Ik weet exact het moment waarop dat veroorzaakt werd. Op een goede dag ging ik met hem fietsen, het ging best aardig en ik verlegde de route een keer zodat we aan de andere kant van het viaduct kwamen. Tot zover het goede idee. Afremmen lukte hem niet snel genoeg, hij belandde met een flinke smak op de grond. Hij pijn aan zijn knie, ik in mijn hart.

We vermeden het een tijdje. Ik probeerde het in de volgende weken op een paar manieren, maar er zat geen beweging in zijn ‘nee’. Al ik over fietsen begon was zijn eerste wedervraag ‘Gaan we over de brug’. Met een ‘nee’ van mijn kant stond hij in de startblokken, met een ‘ja’ van mij was er een ‘nee’ van hem.

En toen bedacht ik dat ik het hem gewoon moest leren. Ik vroeg hem terloops of ik het ‘geheim van de brug’ nog nooit aan hem verteld had. Nieuwsgierigheid gewekt. Ik zei dat ik het hem zou vertellen als we er waren. We spraken af dat we de helling zouden op fietsen en daarna lopend verder zouden gaan. In zijn hoofd een soort papier-steen-schaar: tussen vertrouwen, angst en nieuwsgierigheid. Maar nieuwsgrierigheid met vertrouwen, won van angst. Daar gingen we.

Bijsturen of anticiperen?

Op de brug vertelde ik hetgeen wat mijn moeder mij leerde. ‘Wat gebeurt er als een stoplicht op rood staat? ‘, vroeg ik hem. ‘Niets, dan moet je stoppen.’, zijn schoudertjes omhoog. ‘Maar daarna?’, ging ik verder. ‘Dan wordt het groen en mag je weer fietsen.’ Kijk de basis was aangekomen. ‘En daarna?’ Hij keek me een beetje aan, zo van dat weet ik toch allang. ‘Dan wordt het weer rood’.

Ongeduldig over wanneer dat geheim nou zou komen, vertelde ik dat je met deze wetenschap kunt sturen. Dus leerde ik hem als het rood is wat zachter te fietsen omdat het daarna weer groen zou worden en hij zonder echt stil te staan de brug over kon. En bij groen gewoon hard door te fietsen.

Hij vond het wel wat. Hij ging het proberen. Ik was al verder dan ik de afgelopen maanden was geweest.

Met het geheim van de brug, wat rust en geduld, lukte het in 3 pogingen. Hij durfde over het viaduct. Zijn (fiets)wereld werd 2x zo groot. En nu kon hij ook naar school fietsen.

Hij trots, ik nog trotser. Op hem, maar ook op mezelf. Had ik maar weer mooi geflikt.

Eigenlijk leerde ik hem anticiperen. Alvast reageren op een actie die in de nabije toekomst zou gaan gebeuren. Hij wist dat er na groen, rood komt. Daar kun je wat mee. Sturen en bijsturen.

In mijn praktijk zie ik vaak de regen en de zonneschijn voorbij komen. Niet alleen letterlijk, maar voornamelijk figuurlijk. Het gaat ‘behh’ of het gaat ‘lekker’. Daar zit ook een cadans in, na ‘behh’ komt ook weer ‘lekker’. Mits je het juiste doet. Dus niet op gassen als het rood is. Ook niet slomer fietsen als het groen is.

Dat precieze moment aanvoelen dat je nog even moet trappen om het te halen of juist weet dat het niet meer gaat lukken omdat het zo weer rood is. Dat is finesse. Dat leer je alleen door goed op te letten, veel te oefenen en het je gunnen dat het ook weleens fout gaat. En dat gaat nou eenmaal makkelijker als iemand je helpt.

Ik gun je een week van sturen en bijsturen.

Vaker een blog lezen. Schrijf je nu in en je krijgt elke week een blog van me in je email-box.

HSP-blog: Een kerstverhaal

Het was kerstavond 2004. Ik was nog niet zolang van school en werkte die avond mijn eerste dienst alleen in de apotheek. Mijn apotheker was tot tien uur bij me gebleven, en vond het tijd om zijn pupil, weliswaar met een lege wachtkamer, achter te laten. Alsof ze het hadden afgesproken stroomde de komende paar minuten de wachtkamer net zo snel vol, als een tram op zaterdagmiddag in Amsterdam. Dit deed geen goed voor mijn gemoedstoestand: ik werd zenuwachtig, ik begon te trillen, mijn hoofd werd roder. Mijn kritische stemmen in mijn hoofd gingen een discussies aan met mijn perfectionisme en zorgde dat mijn zelfvertrouwen daalde tot een dieptepunt. Mijn bloeddruk nam omgekeerd recht evenredig toe en was zo hoog dat ik alleen maar blij kon zijn dat de Fitbit nog niet was uitgevonden. Dat alles resulteerde dat mijn snelheid daalde tot een zeer matig niveau.

Een echt hsp verhaal. Boordevol gevoel.
Een kerstverhaal vol gevoel

In de wachtkamer brak het geklaag uit. Tot overmaat van ramp kwam er een man de wachtkamer binnen met meer tatoeages dan kleurplaten in een kleurboek bij de Action. Hij had het charisma dat hij met gemak door de auditie zou komen als bad guy bij een gemiddelde B-film. Ik bleek hem overigens als enige op te merken: het geklaag in de wachtkamer werd alleen maar erger en de sfeer grimmiger.

En toen gebeurde het: de man stond op en riep ‘EN NU @#@~! ALLEMAAL @#!$! JULLIE @$#! DICHTHOUDEN, DAT MEISJE DOET @%!# HAAR BEST @#$@’. Hij had op de wachtkamer het effect wat Hr. de Uil 20 jaar eerder op mij had: lichte verbazing in combinatie met snaveltjes toe. Maar met mij gebeurde iets bijzonders. Ik dacht: hij heeft gelijk, ik doe mijn best. Ik werd rustig. Ik voelde me gezien. Iemand nam het voor mij op.

Deze kerstengel, had zijn vleugels voor even, aan mij uitgeleend. Ik hielp de rest van de avond ieder met zelfvertrouwen aan hun medicijnen.Nog onder de indruk van het aantal krachttermen wat hij in 1 zin kon verwerken, leerde die man mij die avond iets bijzonders: engelen hebben geen witte jurkjes en blonde haren.

In de jaren daarna heb ik nog vaker kerstengelen mogen ontmoetten in de apotheek, meestal had ik het pas in de gaten als ze weer weg waren. De laatste jaren probeer ik er meer op te letten. En dan soms heb ik ze aan de balie, dan kijken we elkaar aan en weten het allebei, dan krijg ik weer even onzichtbare vleugels, en dan zeg ik: ‘Fijne Kerst’.