Blog: Miraculous

Ik zit aan de eettafel met mijn gezin en probeer aan te haken op een gesprek tussen mijn kinderen en krijg een bitse: “Nee, mama, dat begrijp jij niet, dat is van Miraculous’ als antwoord. Hoppa, dubbele bonus, mijn oudste zoon drukt in no-time 2 buttons in die met zenuwen verbonden zijn naar het zwartste krochten van mijn psyche. ‘Je hoort er niet bij’ en ‘Je bent dom’. En aangezien ik daar door een combinatie van selfcare en positieve psychologie best een tijdje niet ben geweest en het even duurt voordat de tl-lampen daar aanspringen, voel ik de pijn en verdriet al bij het zoemend geluid van de starter, natuurlijk vooral omdat mijn eigen stukje doorontwikkeld DNA dit doet….

Gelukkig kijkt mijn man me liefde- en begripvol aan en voel ik me toch weer ergens bij horen. Ik kom weer in het hier en nu. Het besef me dat het mijn keuze is om niet alles te weten van Miraculous, helpt ook. Alhoewel ik tot een aantal jaren geleden nog prima mee kon (ik kon Nijntje en al haar BFF’s tot in details natekenen, ik kende alle Paw patrols inclusief kleur en voertuig en kon, als mijn lichaam zou doen wat ik bedoelde, feilloos door als understudy voor K3, zowel op zang en dans), kan ik ondanks uitnodigen van mijn zoons me totaal niet verplaatsen in de lol van Lady bug en friends. Ik vind het gewoon echt niet leuk.

Terwijl mijn zoons in een passievolle discussie zitten die wordt begeleid door talloze. ‘Ja, weet je nog….’ ‘Ja, en toen….’ Eet ik ondertussen speechless mijn andijviestamppot. Maar zelfs de jongens weten onder het kletsen door af en toe gedachteloos een hap naar binnen te krijgen. Dat vormt bij mij weer een gevoel van opluchting. 10 minuten geleden hoorde ik mijzelf namelijk nog zeggen, met een zelfvertrouwen waarvan ik op dit moment niet weer waar dat vandaan komt, ‘Nee joh, dat kunnen ze makkelijk eten’ op de onderzoekende vraag van mijn man: ’Moeten we niks anders voor de kinderen maken?’ Nou ben ik nogal vermijdend in het maken van ander eten voor de kinderen, maar mijn bui m.b.t. gezond eten wisselt nogal van vastberadenheid, het varieert van: doorzetten tot kokhalzen aan toe, tot 1 hapje proberen, en 5 plakjes komkommer is ook groenten. Dat mijn kinderen mij hierin niet kunnen lezen begrijp ik. ‘Wat eten we vandaag?’ is hier dan ook opgenomen als koploper in de top-3 meest gestelde vragen (bij ophalen kinderdagverblijf, nog voor iets wat op een begroeting lijkt). Hij eindigt net voor ‘Wat moet ik aan vandaag? (die varieert nog weleens met ‘Wat is het weer?’ en ‘Moeten we korte of lange mouwen?’) en “Mag ik bij die… spelen?”

Maar terwijl ik rustig toe kijk en inbreek met de vraag. “Kennen jullie ook die aflevering waarin Cat Noir zijn hele bord leeg eet?’ Waar ze de humor natuurlijk niet van inzien, zie ik dat zelfs zonder verhullende termen, die een tijdje geleden nog dienst deden (slastampot klonk toch echt aantrekkelijker dan andijvie, en groene frietjes werkte toen ook nog), de hele stamppot naar binnen gaat. Miraculous.

Blog: Vlindertrui

Tijd voor een nieuwe blog!

Ik weet dat ik gezegend ben, met 2 jongens die het gehele kledingkast beheer aan hun moeder overlaten. In tegenstelling tussen de peuter-prinsessen van vriendinnen die een vastberadenheid over een roze tule rok kunnen uitstralen waar ze in de politiek nog wat van kunnen leren, voorlopen onze ochtenden soepel. Bij de kledingkeuze zijn de eisen redelijk overzichtelijk de oudste geen, de jongste niets wat prikt en het liefste een plaatje op de voorkant van een trui, maar zelf bij dat laatste verdenk ik hem ervan dat dit alleen maar is om makkelijk de voorkant van de achterkant te kunnen onderscheiden. Met twee jongens heb ik altijd het geluk gehad dat de tweede het nog kon doen met de spullen van zijn broer. Voorheen werden de te kleine spullen van de oudste nog even opgeslagen, maar de laatste tijd kan het zo door naar de volgende. Meestal bedenk ik op een dag, dat het wel door kan. Ik krijg dan tweemaal die ochtend de reactie ‘Maar die was toch van mijn broer?’ met een wisselende mate van verontwaardiging in de stem, daarna volgt mijn immer geaccepteerde antwoord ‘Maar nu niet meer’ die dan weer wordt gevolgd door een ‘ok’ begeleid met optrekkende schoudertjes. Ze zijn ook best flexibel, als mijn logistieke-laundry-stroom op enige wijze vertragingen oploopt en onverhoopt de truien op ‘nazending’ staan en ik in de kast van broerlief ga shoppen om ze respectievelijk een skinny of baggy-look aan te meten voor een dag, wordt de ‘ok’ hooguit begeleid met optrekkende wenkbrauwen, en deze mate van variatie kan ik zelfs in de vroege ochtend aan.

Maar deze keer ging het niet makkelijk. De favoriete trui van mijn oudste kon geen doorgevertje worden. Wat voor mij gewoon een trui was, die ik in de haast nog meenam bij de C&A, niet bijzonder maar voor 9,95 prima voor erbij, was voor hem heel bijzonder. Dat deze zo bijzonder was leidde ik niet alleen aan de frequentie waarmee deze gedragen werd, maar ook dat deze trui, In tegenstelling tot de meeste kledingstukken hier in huis, die redelijk anoniem door het leven gaan en hooguit aan wat uiterlijke eigenschappen worden aangeduid, een naam kreeg: de vlindertrui. En misschien het meest bijzondere was dat er geen enkele vlinder op de trui stond. Na al een seizoen de trui gedragen te hebben terwijl het eigenlijk niet meer kon, durfde ik hem de trui niet meer aan te geven, bang dat binnenkort een hele luizenmoeder-guerrilla klaar zou staan met kortingscodes, websites en winkels waar ik naartoe zou moeten. Omdat ik niet wist wat ik er mee moest, bleef hij in een soort onbekende status aan mijn wasrek hangen, communicerend als een zwijgende man op het perron, die niets zegt, maar juist door het niets zeggen mij aanspreekt en een onrustige gevoel bij mij opwekt. Hij hing daar al een aantal weken en ik wist niet wat ik er mee moest: doorgeven kon niet, de pleuris zou zelfs hier uitbreken, de bewaardoos zou te kort doen… Toen kwam mijn man, die duidelijk wel de cursus omdenken had begrepen, met een geweldige idee: waarom maar je er geen kussen van.

kussen

En zo ging ik, met goedkeuring van mijn zoon, vol overgave aan de slag. En terwijl jouw kinderlijke onschuld zich langzaam vermengt met het eerste druppeltje puber-onverschilligheid, werkte ik aan een toekomstbestendige oplossing. Ik weet dat mijn fysieke kussen steeds minder voor je gaan werken, en dat je andere kussen nodig hebt. Jouw vlindertrui-kussen is nu klaar voor de toekomst, hij kan je klappen opvangen als je boos bent, je kan je hoofd erop te rusten leggen als het vol zit, en je kan er, met een absorberend vermogen wat hoger is dan mijn noodvoorraad tampons, al je tranen in kwijt zodat je anoniem je verdriet kwijt kan. Ik hoop dat er bij elke stoot, wrijving en traan een beetje van mijn liefde vrijkomt die ik erin gestopt hebt, want die zul je nodig hebben.

Ik weet ook al wat mijn volgende creatieve project gaat worden: Ik ga een cocon weven, zodat ik me langzaam kan ontpoppen, naar een next-fase-mum.

Blog

Omdat kwetsbaarheid de ondertitel is van mijn site en omdat ik jullie gun om ook mijn imperfecte kanten te laten zien: Een persoonlijke blog.

Toen ik de laatste passen zetten naar die bioscoop, waar ik naar op weg was met mijn zus voor de ‘Ladies night’, realiseerde ik, net toen mijn man wegreed met de auto, dat ik geen mondkapje bij had voor de terugweg met de bus. Ach ja, dat kon de pret niet drukken, dat loste ik wel op. Mijn zus kwam op de terugweg met haar plan: ‘dan bellen we pa wel op, die komt ons halen’. Mijn onafhankelijke nee-zeggende aangepaste kind kwam boven en dat ging ik natuurlijk niet doen…. Ik liep nog liever terug, waarbij ik me afvroeg waarom ik nu juist hakken aanhad terwijl het enige wat hier te veroveren de goodiebag was, die ik toch wel zou krijgen. En met de inhoud van mijn verrassingstas in mijn hoofd bedacht ik me, dat ik liever een patchwork-kunstwerk op mijn voeten zou maken van het hele pakje Betadine-pleisters en zo door al mijn blaren zou lopen. Dat ik nog liever de gratis Maoam-balletjes op kleur zou kauwen en er een 1 van zou modelleren en op het 0%-Amstel blikje zou plakken zodat er 10 stond en deze zou geven aan de eerste de beste zwerver die het zo ver weg was dat het hem niet meer zou opvallen en me in ruil naar huis zou laten dragen. Ondertussen vlijtig de pagina scheuren uit het Happinez-kids magazine (daar had ik anders toch niets meer aan) en achter me gooien, want mocht die zwerver ineens toch vervelende bijbedoelingen hebben wil ik natuurlijk maar wat graag gered worden door mijn vader. Mocht het toch lastig worden zou ik hem natuurlijk met mijn mini-tubetje Biofreeze-gel bewerken. Ik kon natuurlijk ook hopen dat de scene van de film zich zou herhalen. Dat ik ook een dokter Dreamy kon vinden in het park met zijn hond, dat ik die zou afleiden met de natuur-ethische mueslirepen, op de verpakking alleen maar wat er niet in zat, geen gluten, geen suiker, geen E-nummers, en zo biologisch dat ik bang was dat ze zichzelf ook konden voortplanten, (Ik kon het risico nemen, ik zou ze zelf alleen eten als de hongerwinter opnieuw zou uitbreken), dat ik de man, net als het meisje in de film, zou aankijken en dat hij zou zwichten voor de Fletcher-bon met aanbieding voor overnachting voor 30 euro en zonder de kleine letters te lezen, mij zou thuisbrengen in een grote, zwarte, met leer bekleden cabrio. En dat hij dat helemaal niet moeilijk zou doen als ik net op tijd voor afslag ‘Safe’ zou kiezen en naar binnen zou rennen naar de vader van mijn kinderen. Deze optie leek net zo niet haalbaar als dat ik van mijn tasje een parachute kon maken. Ik deed het anders.

Gelukkig houdt de maatschappij rekening met types zoals ik en kocht ik voor vijf euro bij de Jumbo op het station een mondkapje. Dat ik hiermee genaaid werd zou nog niet zo erg zijn, als deze Miss-perfect-voorbereid 50 mondkapjes voor 50 euro kocht in de apotheek voordat de crisis zou uitbreken, die veilig thuis lagen te wachten, typisch gevalletje van te vroeg toppen. Maar dit mondkapje beloofde dat het uitwasbaar was, en ik had zelfs een kleurkeuze waarbij mijn keuzestress werd aangewakkerd. Ik nam een zwarte (levensgevaarlijke uitspraak in deze tijden op Facebook, maar toch). Ik verkende de verpakking of het misschien zo’n hersluitbaarzakje plastic zakje was voor dit geld, maar tevergeefs. An sich niet erg want ik heb geen idee of als ik het eenmaal had uitgepakt ik het nog in dit zakje kreeg teruggevouwd. Mijn ogen gingen automatisch naar de hoeveelheid letters op de verpakking en kon zelfs iets Nederlands vinden, want me niet meer informatie opleverde dan de ietwat sullige verkoper had verteld, een wasbaar mondkapje. Het enige wat me geruststelde was de L/XL op de verpakking. Aangezien ik er niet vanuit was gegaan dat er maten waren en dan ook geen enkel idee hoe maten op mijn hoofd zouden uitpakken, was ik toch blij met mijn onbewuste keuze van L/XL. Beter te groot dan te klein, terugdenkend aan de vernederende tl-licht bikini-doorpas van eerder die ochtend. Ik opende de verpakking en vond ik iets wat zich tussen een kousenvoet, maandverband en nieuw soort ondergoed inzat. Ik voelde me een beetje zoals op het schoolplein dat iedereen al weet wat je met deze nieuwe feature was en dat ik wenste dat ik niet zo dom was om het verkeerd-om te gebruiken. Ik besloot al lopende het maar eens te proberen. Eerste ene oor, daarna andere oor, om vervolgens weer los te schieten aan het ene oor. Nadat dit proces zich vier keer had herhaald, kwam ik tot de conclusie dat het misschien L/XL voor de Oempa Loepa’s was, maar niet voor mij. Ik besloot wat meer kracht te gebruiken en hoorde een angstaanjagend geluid van scheurende naden dicht bij mijn oor. Toen het uiteindelijk zat, durfde ik het met geen mogelijkheid van mijn hoofd te halen. Dus zo stond ik wachtende op mijn bus. Ik kwam er spontaan achter wat er me de roos-ademhaling werd bedoeld tijdens mijn puf-cursus zo’n zes jaar geleden, maar nog voordat dit weer verontrustende flash-back opleverde kwam de bus. Ik liep snel die kant aan mijn ene schouder mijn handtas had, in mijn hand mijn goodiebag, in mijn andere hand de buskaart (niet in mijn tas doen anders vergeet ik uit te checken en ik laat me niet graag naaien door een zwerver, foute patser, de Jumbo maar al helemaal niet door de NS mijn zijn winstgevend reismodel) merkte ik aan mijn linkeroor dat mijn kraakbeen te flexibel was en dat mijn oor langzaam doorboog en ik eruit ging zien alsof ik een tegenovergestelde cosmetische hersteloperatie voor flaporen had ondergaan. Aangezien ik mijn handen niet kon gebruiken probeerde ik dit te herstellen met mijn gezichtsspieren, dankbaar dat een mondkapje het resultaat verhulde, toen ook nog mijn brilpootje van mijn neusvleugelloze brilmontuur zich in dit conflict ging mengen, en mijn hoofd roder werd dan dat mijn mondkapje kon verbloemen, was ik zeer trots dat ik de boel kon redden zonder dat er ook maar iets op de grond viel en de hele inhoud van de bus naar mij keek. En de film…. tja…. er zat een verhaal in.